De Belastingdienst : vriend of vijand ?

Aan de (borrel)tafel, tijdens werk of op feestjes is de Belastingdienst een veelbesproken onderwerp. Aanleiding: de uitbundige media aandacht voor de vele schandalen en zaken die daar fout gaan.

Onze eigen ervaringen met de Belastingdienst zijn wisselend bij onze advisering aan ondernemers met financiële en fiscale problemen.

De fiscus weet vaak niet wat er aan de hand is en ziet de achterstallige betalingen alleen maar oplopen. Belastingplichtigen op hun beurt zien door de bomen het bos niet meer en maken soms de gevreesde blauwe enveloppen bij de post uit angst niet eens meer open of snappen de inhoud niet.

Bij de Belastingdienst werken welwillende, deskundige en vriendelijke mensen die ondanks grote interne reorganisaties en automatiseringsrondes, open staan voor oplossingen voor bedrijven met belastingproblemen.Vaak zijn ze dan erg blij met een goede adviseur als aanspreekpunt, omdat de communicatie voorheen meestal te wensen heeft overgelaten.

In goed onderling overleg proberen we om tot (betalings)regelingen te komen, vaak met als resultaat officieel uitstel van betaling, We trachten de problemen op te lossen samen met accountant en boekhouders.

Dikwijls blijkt dat ondernemers recht op belastingteruggave hebben (bijvoorbeeld wegens geleden verliezen). Ook zijn er vaak bij wijze van schatting door de fiscus zelf eenzijdig opgelegde hoge (zogenaamde ambtshalve) aanslagen met boetes, omdat geen aangifte is gedaan. Deze kunnen meestal achteraf worden gecorrigeerd en verlaagd door alsnog deze aangifte te doen. Vaak moet eerst officieel betalingsonmacht worden gemeld. Soms is er recht op kwijtschelding of worden vorderingen door de fiscus (tijdelijk) buiten invordering gesteld. Kortom, je moet heel erg goed weten wat de verschillende mogelijkheden zijn.

Toch kan de belastingdienst soms ook plots ineens haar tanden laten zien. Zo wilde zij vorig jaar in een zaak terugkomen op eerdere eigen toezeggingen en ineens nergens meer naar luisteren.

Bij een faillissementsaanvraag werd (na twee eerdere aanhoudingen met fiat van de fiscus) plots gepersisteerd. Aanleiding: een betaling die een week later was gedaan dan afgesproken op grond van een buitenlandse feestdag, en sluiting van banken. Deze eenmalige vertraging in betaling was door ons van te voren tijdig aan de fiscus gemeld.

Stukken voorafgaand aan zitting werden bot geweigerd aan te nemen “want het maakt ons helemaal niets uit wat u gaat zeggen – wij willen nu slechts faillissement.”
Schokkend om zo’n plotse botte opstelling van de overheid mee te maken.

Gelukkig dacht de rechter na twee lange zittingen en zeer uitgebreid verweer van onze zijde er anders over – ook al waren er nog fiscale schulden. De klant (een bedrijf met circa 40 werknemers) was heel erg blij!

Wij deden met succes een beroep op de zogenaamde algemene beginselen van behoorlijk bestuur alsook de Leidraad Invordering.

Op grond daarvan mag de fiscus onder andere niet willekeurig het faillissement van een schuldenaar aanvragen. Zij moet uiterst terughoudend hiermee omgaan. Soms handelt zij toch lichtvaardig bij indiening van zo’n aanvraag of bij persisteren. Daarnaast kan zij eerdere eigen toezeggingen niet plots zomaar intrekken zonder eerst nog een laatste kans op herstel te bieden.

In dat geval moet de rechter toetsen als deze punten uitdrukkelijk als verweer worden aangevoerd. In deze zaak moest de rechter beoordelen

1 of de fiscus zich aan al deze regels gehouden heeft.

Is door haar rekening gehouden met de aantoonbaar op het spel staande werkgelegenheid / werknemers, zijn er minder ingrijpende alternatieven, wat zijn belangen van overige schuldeisers, zijn eerdere betalingsafspraken met de fiscus door schuldenaar nagekomen, is concrete harde zekerheid aangeboden?

2. of de schuldenaar daadwerkelijk verkeert in de toestand
dat is opgehouden te betalen.

Citaat uit de beschikking van de rechter:

Verweerster is voortgegaan met de aflossing op de schulden in lijn met hetgeen verzoeker eiste. (…) Verweerster heeft inmiddels meer afbetaald dan op grond van de afspraken vereist zou zijn. Ook relevant acht de rechtbank dat verweerster zekerheid heeft aangeboden in de vorm van een eerste pandrecht op de vorderingen van de vaste grote opdrachtgevers van verweerster (…)
De opeisbare schuld van verweerster aan verzoeker is fors afgenomen.

Einde citaat.

De twee betrokken hoge ambtenaren (zogenaamde Ontvangers) werden dus teruggefloten. De fiscus is niet onaantastbaar.

Na deze nederlaag bleek de fiscus gelukkig weer tot het maken van afspraken bereid: We werden met alle respect behandeld.


Frank Meuwissen.