De verleiding van het derdengeld (de derdengeldrekening)

Afgelopen weken las ik in verschillende media (Ius Novum, Advocatie, etc.) en in diverse variaties: “Notaris Oranje verduisterde tien miljoen”, en “er wordt onderzoek gedaan bij het kantoor Pels Rijcken”, en heel recent nog dat 2 notarissen uit het ambt zijn gezet vanwege negatieve bewaringsposities en financiële janboel.
De verontwaardiging van eenieder is groot.

Al heel lang is duidelijk, dat velen de verleiding niet kunnen weerstaan om geld van derden (tijdelijk) te gebruiken voor andere zaken dan waarvoor het bedoeld is.
Zoals de notaris die even tijdelijk 3 miljoen van zijn derdengeldrekening naar zijn kantoorrekening overmaakt, omdat hij wil beleggen in Shell-aan delen vanwege de gunstige koers.

Menig advocaat, gerechtsdeurwaarder, notaris, e.a. is al eens de fout ingegaan.

Ondanks alle waarborgen m.b.t. een derdengeldrekening blijkt het in de praktijk nog steeds kinderlijk eenvoudig om dat geld van derden te ’verduisteren’ of (al is het maar tijdelijk) even naar een andere rekening over te boeken.
Het 2-handtekeningenprincipe is een wassen neus. Want wie controleert wie en vraag je nu echt je mede-bevoegde het hemd van het lijf als geld van die derdengeldrekening moet worden overgemaakt?

De vraag die iedereen bezig houdt is waar die miljoenen gebleven zijn die notaris Oranje verduisterde. Dat moet toch veel eenvoudiger zijn om uit te zoeken, dan de wijze waarop het in al die jaren werd verduisterd?

Arie den Boef,
Bestuurslid.