Waarnemingen van....dhr. Drost

Beun-de-haas

‘Beun’ is een oud Nederlands woord, dat ‘zolderkamertje’ betekent. Beun-de-haas was in de gildetijd iemand die stiekem op zijn zolderkamertje een illegaal beroep uitoefende. Maar Beun-de-haas ligt nog lang niet op het kerhof.

Als we de kaart van juridische dienstverlening in Nederland bekijken, dan komen we een breed palet van dienstverleners tegen. Grote en kleine bedrijven, specialisten en aanbieders van brede dienstverlening, erkende beroepsbeoefenaren, maar -helaas- ook beunhazen.

Beun-de-haas is van alle tijden, maar de beunhaas lijkt als letselschadespecialist de laatste jaren vaker zijn kop op te steken. Zonder enige vorm van juridische kennis, soms enkel als ervaringsdeskundige, denkt men de belangen van het slachtoffer na een ongeval of medische fout te kunnen behartigen. We komen Beun overigens niet alleen tegen binnen de letselschade. Ook andere rechtsgebieden, zoals het arbeidsrecht en het incasseren van geldvorderingen, hebben de interesse van “Beun de Haas”.

Onlangs viel mijn oog op een oud bericht op pagina 2 van de Leidse Courant van 29 september 1958. “De Nederlandse Vereniging van Rechtskundige Adviseurs, gevestigd te Amsterdam, heeft een commissie benoemd, aan welke is opgedragen, het wetsontwerp: “Praktizijnswet” nader te bestuderen en wensen ter kennis van de bevoegde autoriteiten te brengen.”

De Praktizijnswet heeft het niet gehaald, maar zou het voorstel toch niet weer van stal gehaald moeten worden? Eventueel in een andere/verbeterde vorm? Als Nederlandse Vereniging van Rechtskundige Adviseurs zou ons het belang van de laedens ook in dat opzicht niet koud moeten laten. Bij juridische geschillen kan het gaan om enorme financiële en persoonlijke belangen. Die belangen horen niet in handen te zijn van juridische dienstverleners met onvoldoende kennis van zaken.

Maar ook als professionals moeten we ons bij onze deskundigheid houden. Schoenmaker blijf bij je leest! Als professional herkennen we allemaal wel het gestuntel in de rechtszaal van een jurist die zich op, een voor hem, vreemd en/of onervaren rechtsterrein begeeft. Nee, wat dat betreft moeten we als juridische dienstverleners en als beroepsgroep soms ook de hand in eigen boezem steken.

De Enschedese kantonrechter Valk was in dat opzicht kritisch bij zijn afscheid vorig jaar augustus. Hij toonde weinig enthousiasme over het niveau van de gemiddelde arbeidsrechtadvocaat. Richting een journalist van het Dagblad Tubantia merkte hij daarover op: „Het aantal goede arbeidsrechtadvocaten in deze regio? Zes à zeven, maar dan houdt het ook echt op. Best zorgelijk, vind ik. Als je hoort wat voor onzin er op zittingen soms wordt uitgekraamd door advocaten, dan is dat tenenkrommend”.

Kijkend naar mijn eigen vak als NIVRE Register-Expert Personenschade; als je geen verstand hebt van kapitaliseren, BOX-3-schade, het verschil niet kent tussen verlies aan verdienvermogen en behoeftigheid, denkt dat een hoge rekenrente voordeliger is voor de laedens, als je niet kunt bedenken hoe een toename van de kans met 0,02% tot een schadevergoeding naar proportionaliteit van 50% kan leiden, dan hoor je volgens mij niet thuis in de letselschadedienstverlening. En dan heb ik het nog niet eens over de algemene juridische kennis rond letsel- en overlijdensschade.

Wellicht een schone taak voor (ook) de NVRA om de handschoen op te pakken en na te denken over een nieuwe aanzet voor een soort Praktizijnswet. Mijns inziens dé manier om het beunen binnen de juridische dienstverlening fors in te perken. De cliënt verdient het.

Yme P.J. Drost,
NIVRE-re en NVRA-lid